Great Artists Steal

Picasso zei het al: “Good artists copy, great artists steal”. Vreemd eigenlijk, want van Picasso zou je niet verwachten dat hij plagiaat of diefstal propageert. Hij was niet de enige die dit verkondigde. Componist Igor Strawinsky zei ook al zoiets: “A good composer does not imitate; he steals.” En dichter T.S. Eliot: “Immature poets imitate, mature poets steal”.

Wat bedoelen ze eigenlijk?

Elaine Sturtevant

Iemand die echt alles 100% kopieerde was Elaine Sturtevant. Ze werd bekend met de replica’s van zeefdrukken van Andy Warhol, maar ze maakte ook ‘herhalingen’, zoals ze het zelf noemde, van Frank Stella, Roy Liechtenstein, Tom Wesselmann en Jasper Johns. Warhol kende haar, en als iemand hem interviewde met de vraag wat de diepere betekenis van zijn zeefdrukken was, antwoordde hij: “I don’t know, ask Elaine”. In Stedelijk Base, Stedelijk Museum Amsterdam, hangt heel mooi haar Raysse Tableau a Haute Tension (rechts), naast het origineel Peinture À Haute Tension van Martial Rayssee. Is dit diefstal?

Luc Tuymans

Het is bekend dat veel beroemde kunstenaars zich lieten inspireren door hun voorgangers, en ook daadwerkelijk bestaande kunstwerken, stijlen en technieken nabootsten. Is dat plagiaat? Wat is het verschil tussen kopiëren en stelen? Het kan een hele dunne lijn zijn, daarom ontstaat er soms ook heftige discussie over. Ik denk nu aan de plagiaatkwestie van Luc Tuymans (lees de blogpost van Jet Nijkamp) die een nieuwsfoto van politicus Jean-Marie Dedecker van fotograaf Katrijn van Giel naschilderde. Naar aanleiding hiervan werd in Antwerpen een grote expositie georganiseerd waarin meer dan 100 kunstenaars hun reactie gaven in ‘A Belgian Politician’. Het is een valide vraag: wanneer is iets een kopie en wanneer is het inspiratie? De meningen hierover zijn verdeeld, vooral ook onder kunstenaars zelf.

Wayne Thiebaud

In New York was ik bij een lezing van een van mijn grote helden, de Amerikaanse schilder Wayne Thiebaud, inmiddels 98 jaar oud. Behalve dat hij wereldberoemd is om zijn romig geschilderde zoetgekleurde taartjes en ijsjes, heeft hij ook meer dan 70 jaar (!) voor de klas gestaan. Zijn tip: “Als je even niet weet wat je moet schilderen, schilder dan je favoriete kunstwerken na”. Er is geen betere manier om een schilder en zijn werk beter te leren kennen. Je komt dichter bij de persoon, de techniek, en je leert beter kijken. Thiebaud schildert nooit van foto’s, dat vindt hij een doodzonde. Maar hij schildert ook niet naar de natuur… hij doet alles uit het hoofd. Hij oefende dat door stillevens op te stellen (altijd met kunstlicht, want dat licht is constant) in een andere ruimte. Hij moest dan telkens op en neer lopen om het te bekijken.

Voordat hij zijn smeuïge zoetigheden op het doek zette, was hij in de jaren ’50 bevangen door het abstract expressionisme, en kopieerde de technieken en stijl van Pollock en De Kooning, maar dat werd geen succes. Gelukkig maar.

Inspiratie versus plagiaat

Picasso bedoelde met Great Artists Steal dat de ware kunstenaar geïnspireerd en ongegeneerd iets pakt van een ander, en daar vervolgens iets mee doet, het eigen maakt, bevoelt, bevraagt, onderzoekt, en gebruikt. Dan wordt er automatisch een nieuw origineel gecreëerd. En daarmee is alles geoorloofd. Of toch niet?

Als je een keer een lekker pittig gesprek wilt met je kunstcollega’s, begin dan over plagiaat, vuurwerk gegarandeerd. En kom van 12 t/m 14 april 2019 naar Great Artists Steal in Loods6 te Amsterdam, want de 40 kunstenaars van Popinnart hebben onder deze noemer hun eigen of andermans werk gekopieerd tot verrassende, verzamelwaardige en betaalbare kunstwerken.

Airco Caravan, 3 februari 2019

Great Artists Steal bij Popinnart

[products limit=”6″ columns=”3″ attribute=”expo” terms=”gas” orderby=”rand”]

De zaak Van Giel vs Tuymans: Een nageschilderde foto?

Fotograaf Katrijn van Giel maakte een foto van parlementariër Jean-Marie Dedecker na een verkiezingsnederlaag. Het is een opvallende foto, niet zomaar een kiekje. Een echt portret lijkt het niet. Dedecker is op de foto moeilijk herkenbaar, omdat zijn mond en kin buiten het kader vallen. Als Nederlander volg ik de Vlaamse politiek niet dagelijks en op de afbeeldingen die Google opleverde herkende ik de man niet van de foto van Van Giel. De uitsnede of kadrering van de foto abstraheert daarmee als het ware van de persoon. Verder valt de lichtval op, de geloken ogen en het bezwete voorhoofd. De foto toont het menselijk falen in het algemeen. Ook schilder Luc Tuymans, die in zijn werk veel gebruik maakt van foto’s in de media, vond de foto bijzonder. Van deze foto wilde hij een schilderij maken dat, anders dan gebruikelijk, zo dicht mogelijk bij het origineel bleef, omdat hij dat zo bijzonder vond, zo verklaarde hij in een interview. Hij noemde het schilderij A Belgian Politician als abstractie van Dedecker. Hij verkocht het en publiceerde een reproductie onder meer in een catalogus met daarnaast de oorspronkelijke foto van Van Giel.

Van Giel spande een kort geding aan tegen Tuymans wegens diens inbreuk op haar auteursrecht. Ze won. Kunstenaars, schrijvers, fotografen, galeriehouders, curatoren buitelden over elkaar heen in hun commentaren. Daarin lijkt het of het vonnis niet is gelezen, de strekking ervan niet is begrepen. De hele kunststroming van appropriation art zou niet meer kunnen bestaan, de wet zou niet meer voldoen en zou moeten worden aangepast. Schromelijk overdreven. De zaak wordt in het algemene getrokken, waar het, zoals zo vaak in het auteursrecht, om een bijzonder geval gaat op basis waarvan je juist moeilijk kunt veralgemeniseren.

Wat is het probleem?

Auteursrecht probeert makers van oorspronkelijke producten te beschermen. Schilders, fotografen, dichters, wetenschappers willen niet dat een ander hun mooie schilderij, foto, gedicht, onderzoek o.i.d. te gelde maakt. Ik mag geen foto maken van een schilderij van Tuymans, op een ansichtkaart zetten en voor mijzelf verkopen. Dat mag ik evenmin met een foto van Rineke Dijkstra of met een foto van een journalistieke fotograaf. Zijn al die curatoren, galeristen, schrijvers en kunstenaars het daarmee oneens? Ik mag dat dus ook niet doen met de foto van Katrijn van Giel van Jean-Marie Dedecker.

Nu roept iedereen dat Tuymans geen fotograaf is maar een schilder. Een schilderij van Tuymans is op zich toch een kunstwerk? Dat ontkent niemand, ook Van Giel niet. Is het verschil in medium bepalend? Het gaat er niet om of het nieuwe product een kunstwerk is of niet. Het gaat erom hoeveel van een ander kunstwerk erin zit zonder dat die andere kunstenaar daar de credits voor krijgt. Dat, zogezegd, aan Tuymans wordt toegedicht wat eigenlijk al in het oorspronkelijke werk aanwezig was. Dan komen we bij de verhouding tussen het oorspronkelijke werk van de foto van Van Giel en het schilderij dat Tuymans ervan maakte.

Is het schilderij van Tuymans een vertaling van de foto van Van Giel, waarbij het oorspronkelijk werk in zijn geheel, in een één op één verhouding wordt vertaald in een ander medium, als een film van een boek, waarbij aan de auteur van het boek rechten moeten worden betaald? Of is het schilderij een werk in de stijl van het oorspronkelijke werk, maar niet letterlijk daarop gebaseerd? Of is het geïnspireerd door de foto van Van Giel, maar is die foto niet of nauwelijks meer te herkennen in het nieuwe werk? Mij lijkt het eerste het geval en dan geldt simpelweg dat Van Giel recht heeft op een vergoeding van de auteursrechten én dat haar toestemming nodig is voor deze exploitatie van haar werk. Het pressiemiddel van de dwangsom moet ervoor zorgen dat Tuymans haar auteursrecht erkent en betaalt. Het betreft niet de hoogte van die rechten. Dit voor de mensen die haar als geldwolf afschilderen.

Is met dit vonnis de appropriation art in gevaar? Geenszins. In veel werken die tot die stroming worden gerekend is het zo dat de kunstenaar een andere betekenis geeft aan het werk dan de oorspronkelijke maker heeft beoogd. Dat geldt voor Duchamp die een pispot een slag draait en er een handtekening van een fictief persoon op zet. Dat geldt voor Duchamp die de Mona Lisa een snor geeft, dat geldt voor Warhol die soepblikken stapelt. Je krijgt een ander beeld met een andere associatie. Maar er blijven altijd grensgevallen en ook Warhol heeft een keer een auteursrechtzaak verloren. Nadien vroeg hij altijd keurig toestemming en droeg auteursrechten af aan oorspronkelijke makers. In het geval van Tuymans is aannemelijk dat hij juist precies dezelfde betekenis in zijn schilderij legt als Van Giel in haar foto: die van het menselijk falen. Geen andere context, geen andere betekenis. Juist daarom viel dit vonnis zo uit. Aan het schilderij werd ten onrechte een hogere betekenis toegedicht dan al bij Van Giel in haar foto zat. Dit staat los van Tuymans’ kwaliteiten als schilder om die betekenis te verbeelden.

Betekent het dat je onder de huidige wetgeving niet meer zomaar krantenfoto’s mag gebruiken? Nee. In principe mag je alles gebruiken, maar zoals sommig verfmateriaal duurder is, zo is sommig beeldmateriaal dat ook. Afhankelijk van het gebruik dat je ervan maakt, moet je een licentie vragen aan de maker. Wel wordt veel beeldmateriaal sinds enige tijd door makers en beeldbanken in Creative Commons License beschikbaar gesteld. Je mag dit dan onder bepaalde voorwaarden in fair use gebruiken, iets ruimer dan het gewone copyright. De maker behoudt echter de intellectuele eigendom en mag uit dien hoofde optreden tegen inbreuken op diens recht. Het auteursrecht is dus wel in ontwikkeling om de positie van makers en gebruikers te verbeteren. Ik ben niet tegen aanpassing van wettelijke regelingen waar nodig, maar een aantal reacties van kunstenaars en curatoren op dit vonnis vind ik overtrokken en onheus jegens Van Giel.

Jet Nijkamp (beeldend kunstenaar en jurist), 10 februari 2015
(eerder gepubliceerd op 28 februari 2015 op LinkedIn)

Afbeelding: A Belgian painter – potloodschets à la mode Van Giel – gebaseerd op een deel van een foto die Jimmy Kets van Tuymans maakte

Hedendaagse kunst bij Popinnart

[products limit=”6″ columns=”3″ orderby=”rand”]

Einfache Nachahmung

Wollte aber jemand die Künste verachten, weil sie der Natur nachahmen, so läßt sich darauf antworten, daß die Naturen auch manches andere nachahmen.

Mimicry heeft zich in de natuur bewezen als overlevingstechniek. Een specifiek type, biomimicry, betreft onze diersoort die een onderdeel van de rest van de natuur imiteert om eigen problemen op te lossen. Wij leren door te imiteren, het zit in ons. Ook in de kunst wordt nagebootst: Jet en Airco schreven hier eerder over al dan niet plagiaat. Wat nog ontbreekt rond het thema Great Artists Steal is wat Griekse filosofen en een Duitse dichter.

Imitatio, het imiteren van oude meesters, is bij de oude grieken een beproefde werkwijze voor kunstenaars (“good artists copy” i.e. nadoen), evenals het nastreven, met als doel de meesters te overtreffen: aemulatio (“great artists steal” i.e. zich eigen maken). Even doorbijten, nog twee klassieke termen horen in deze context: mimesis (i.e. het imiteren van de natuur, in dichtkunst de directe rede) in tegenstelling tot diegesis (i.e. de indirecte rede, navertelling). Al deze begrippen vinden in de Renaissance natuurlijk nieuwe urgentie. In die tijd deelt Vasari de nabootsing van de natuur in drie gradaties in: onbeholpen natekenen, nauwkeurige nabootsing en het overtreffen van de werkelijkheid.

Dit gaat allemaal bijna te ver, ik weet het, maar het is belangrijk om bij die Duitse dichter te komen. Goethe heeft deze driedeling genomen en omgevormd tot drie stappen in de ontwikkeling van een kunstenaar: Einfache Nachahmung der Natur, Manier, Stil (1789). En ja, goed gezien: de nauwkeurige nabootsing van de natuur is bij hem beperkt tot de eerste. Die stap werd ijverig toegepast in kunstacademies, waar studenten tot in den treure voorwerpen en modellen moeten tekenen. Het is dan ook een goede oefening om te leren kijken.

Als je dat een beetje onder de knie hebt, ga je verder met Manier, naar het Italiaans dipingere di maniera ofwel uit je hoofd tekenen. Je reproduceert niet klakkeloos een boom, maar snapt hoe zo’n ding werkt: wortels, stam, takken, bladeren, licht, schaduw etc. Je voegt bij het nabootsen de subjectieve factor toe door keuzes te maken, zoals welke details jij karakteristiek vindt.

Stil is in Goethes theorie de hoogste graad, ja de hoogste graad die kunst ooit bereiken kan. De kunst maakt zich hier los van de nabootsing en kan op eigen benen staan, op dezelfde basis als de natuur: “[Die Kunst geht] auf jenes Vernünftige [zurück], aus welchem die Natur bestehet und wornach sie handelt” (1). De kunst heeft aemulatio bereikt, de kunstenaar heeft zich de natuur eigen gemaakt. Hij kan het wezen der dingen in beeld vatten omdat hij begrijpt wat hij namaakt. Een goede kunstenaar is ook anatomicus, botanicus, architect, etc.

Goethe waardeert Manier hoger dan einfache Nachahmung, en plaatst Stil weer daarboven. Hij gebruikt ze als gradaties in talent, zeker, maar ook als volgorde van ontwikkeling. En hij vindt elk stadium belangrijk: de hoogste is niet mogelijk zonder de laagste. Zo dacht hij ook, hieraan verwant, over ambacht versus kunst: kunst staat weliswaar hoger (een ontwikkelingsstap verder) maar ambacht is net zo noodzakelijk. En ambachtslieden kunnen hun ambacht in hoge mate doorontwikkelen, veel verder dan de kunstenaar die na basisbeheersing van het ambacht doorleert. De een is niet beter dan de ander, het is gewoon een ander vak.

Great Artists Steal is natuurlijk een wat provocerende uitspraak, maar verwijst wel degelijk naar de lange ontwikkelingsweg die een goede kunstenaar aflegt om via het overnemen van beeld (lenen) tot het eigen maken ervan (stelen) te komen en zo de hoogste trede te bereiken.

Denn die Götter lehren uns ihr eigenstes Werk nachahmen; doch wissen wir nur, was wir tun, erkennen aber nicht, was wir nachahmen.

Ben van der Wel (kunstenaar en germanist)

afbeelding (in drieën): Leafy Schism

(Openingscitaat) en (1) Goethe, Wilhelm Meisters Wanderjahre oder Die Entsagenden, 1829. Aus Makariens Archiv. Hamburger Ausgabe, Band 8, blz 463. (naar Plotinus) = WMWJ. De verzameling gedachten en spreuken Aus Makariens Archiv – lang niet allemaal van Goethes eigen hand – waren ook bedoeld als gedachtenoefeningen en uitgangspunten voor gedachtenwisseling. Met ditzelfde doel ook door mij hier overgenomen.

(Slotcitaat) WMWJ, blz 460 (naar Hippokrates).

Great Artists Steal bij Popinnart

[products limit=”6″ columns=”3″ attribute=”expo” terms=”gas” orderby=”rand”]

Bovenste verdieping, zaal 40

Zo verliefd zijn dat het voelt alsof alles als één organisme via de zinnelijketuigen wordt ingenomen. Samen als één eten, naar muziek luisteren, dansen, de wereld aanschouwen en aangeraakt zijn. Maakt het dan wat uit waar we ons bevinden?

Ja.

Eens was ik in Parijs met mijn verse geliefde om de liefde te vieren. In Musee D’Orsay ging hij zitten … wachten, op mij. Kunst bleek hem toch niet erg te boeien en dus werden onze ogen weer mijn ogen en zijn ogen werden weer van hem.
Ik heb zo’n beetje alles gezien wat er te zien was in Musee D’Orsay, terwijl hij onbewogen en toch wel geduldig, enigzins stoïcijns, bleef zitten wachten.

Helemaal bovenin, in zaal 40, ontmoette ik Odilon Redon en ik werd … verliefd!
Door zijn ogen zag ik de schoonheid van de zee, we deelden onze fascinaties en we begrepen zonder te praten dat Venus wel uit een schelp geboren moest worden en we lachten hier samen om. We vergaten de tijd.

Ik wil alleen nog zeggen dat de liefde voor Redon bestendiger bleek dan die andere.

Geertje Geertsma, 9 januari 2019

Great Artists Steal bij Popinnart

[products limit=”6″ columns=”3″ attribute=”expo” terms=”gas” orderby=”rand”]